Hohe Messe 2011

Overweldigend in de grote zaal van De Doelen

Voorblad van het originele manuscript

Dit rijke werk, dat enerzijds verstilde aria’s en anderzijds heftige fuga’s en vrolijke tweekorige stukken kent, kan gezien worden als een samenvatting van Bach’s muzikale kunnen. Hij componeerde met deze “Missa in h-moll” namelijk geen geheel nieuwe hoogmis, maar gebruikte ook deels composities die hij eerder in zijn leven schreef en voor deze mis bewerkte tot een perfect geheel. De ontstaansgeschiedenis van dit werk omvat daarmee zo’n 35 jaar en vormt als het ware een slotakkoord van Bach’s oeuvre.

Tegenwoordig is dit werk niet meer weg te denken uit het klassieke koorrepertoire. De muziek is overweldigend, soms duizelingwekkend en dan weer verstillend. Te vergelijken met het gevoel dat over je heen kan komen als je door een grote Kathedraal loopt, met z’n kolossale pilaren, complexe versieringen en stille nisjes.

Deze rijke versieringen komen muzikaal o.a. tot uitdrukking in de uitgebreide vocale bezetting: een vijf- tot achtstemmig koor dat ook in dubbel-korige formatie optreedt. Het is ongelofelijk hoe de genie Bach met zoveel vocale lijnen toch een prachtige eenheid weet te creëren. Als een muzikale caleidoscoop!

De Grote Zaal van De Doelen is bij uitstek geschikt voor de uitvoering van dit werk in grootkoorbezetting, doordat de akoestiek van de ruimte dan in volle omvang benut wordt, zowel bij opzwepende als verstilde delen. Het grootkoor van Philharmonisch koor Toonkunst Rotterdam, bestaand uit ca. 85 geoefende zangers, heeft eerder laten horen de kunst van dynamiek en verstild zingen te beheersen.

Uitvoerenden

De solopartijen in dit concert worden vertolkt door Heleen Koele (sopraan), Karin van der Poel (alt), Jeroen de Vaal (tenor) en Marc Pantus (bas) en begeleiding is van orkest Collectivum Musonia. Het geheel staat onder de bezielende leiding van Maria van Nieukerken, die onlangs een zeer succesvolle tournee met het Nederlands Studentenkamerkoor afsloot.

De Hohe Messe (BWV 232)

is het laatste werk dat we van Johann Sebastian Bach (1685-1750) kennen: hij assembleerde het vrijwel geheel uit bestaande composities in de jaren1748/49. Het Kyrie en Gloria schreef hij in 1733 voor het hof te Dresden, in de aldaar gangbare luxueuze stijl die hij ook verder in zijn Hohe Messe volgt. Het Sanctus componeerde hij in 1724. De overige delen (Credo, Osanna en verder) zijn merendeels bewerkingen ('parodieën') van reeds bestaande composities, soms al 35 jaar oud.

Er bestond voor Bach geen enkele noodzaak of uiterlijke aanleiding om zijn Hohe Messe te vervaardigen. Zijn 'parodiëren' geschiedde dan ook niet met arbeidsbesparend oogmerk, maar als middel om in de vergetelheid rakende maar geslaagde composities een tweede kans te geven, en te perfectioneren.

Het motief voor zijn Hohe Messe was, evenals dat voor zijn andere composities uit de jaren '40 (Kunst der Fuge, Goldberg variaties, Canonische Veränderungen) encyclopedisch: hij beoogt een maximaal gevarieerd compendium te bieden van vocale vormen en technieken, een staalkaart die een periode van meer dan 150 jaar bestrijkt. Het is daarbij ook een samenvatting van Bach's genialiteit, waar hij zichzelf ook van bewust was.

Pas eind jaren '30 komt Bach ertoe werken van laat-renaissancistische componisten als Palestrina te bestuderen, werken in de oude polyfone stijl die door de barokke vernieuwers rond Monteverdi als stile antico werd weggezet, maar in de kerkmuziek een zekere plaats had behouden. Daardoor schrijft Bach pas in de veertiger jaren zijn meest authentieke stile-antico-composities, opzienbarende stukken die als Credo in unum Deum en Confiteor een plaats kregen in het Credo.

Bach kiest voor zijn vocale encyclopedie de meest universele tekst van zijn tijd, het Ordinarium Missae. Dat heeft niets met veronderstelde roomse neigingen van doen; de mistekst behoort integraal tot de Lutherse liturgie, zelfs met ondergeschikte Lutherse tekstvarianten, maar werd alleen niet concertant uitgevoerd. De Hohe Messe is ook geen liturgische muziek; zijn omvang overschrijdt de grenzen van de eredienst. Het is veeleer religieuze muziek voor de concertzaal, zoals Beethoven's Missa Solemnis en Handels Messiah.

Bach heeft zijn opus ultimum nooit uitgevoerd. De eerste integrale uitvoering vond pas in 1859 plaats, lang nadat het was uitgeroepen tot 'größten Musikalischen Kunstwerks aller Zeiten und Völker'.

Eduard van Hengel*

*Eduard van Hengel heeft veel wetenswaardigs over de Hohe Messe op zijn website staan. Voor een dieper inzicht is een bezoek zeer aan te bevelen. Onze dank voor het mogen overnemen van bovenstaand materiaal.

http://www.xs4all.nl/~eduardvh/

120109