(Willibrord-vertaling)
|
Magnificat anima mea Dominum et exultavit spiritus meus in Deo salutari meo Quia respexit humilitatem ancillae suae; ecce enim ex hoc beatam medicent omnes generationes Quia fecit mihi magna, qui potens est, et sanctum nomen ejus. |
Mijn ziel maakt groot de Here en mijn geest verblijdt zich in God, mijn zaligmaker, omdat hij heeft omgezien naar de lage staat van zijn dienstmaagd, want zie, van nu aan zullen mij zaligspreken alle geslachten. Want Hij heeft grote dingen aan mij gedaan, de Machtige en heilig is zijn naam |
| Et misericordia ejus a progenie, in progenies, timentibus eum. | En zijn barmhartigheid is van geslacht tot geslacht over die Hem vrezen. |
| Fecit potentiam in brachio suo, dispersit superbos mente cordis sui. |
Hij heeft een krachtig werk gedaan door zijn arm en Hij heeft hoogmoedigen in de overlegging van hun harten verstrooid. |
|
Deposuit potentes de sede, et exaltavit humiles. Esurientes implevit bonis, et divites dimisit in anes. |
Hij heeft machtigen van de troon gestort en eenvoudigen verhoogd, Hongerigen heeft hij met goederen vervuld en rijken heeft Hij ledig weggezonden. |
| Suscepit Israel puerum suum recordatus misericordiae suae. | Hij heeft zich Israel, zijn knecht, aangetrokken om te gedenken aan barmhartigheid, |
| Sicut locutus est ad patres nostros, Abraham et semini ejus in saecula. | Gelijk Hij gesproken heeft tot onze vaderen, voor Abraham en zijn nageslacht in eeuwigheid. |
| Gloria Patri et Filio, et Spiritui Sancto. Sicut erat in principio et nunc et semper et in saecula saeculorum, | Ere zij de Vader, de Zoon en de Heilige Geest, zoals het was in den beginne, en nu, en altijd en in eeuwigheid der eeuwigheden. |
| Amen | Amen |