Frans Programma

Francis Poulenc - Figure Humaine

Figure Humaine is onbetwist een van de hoogtepunten van de vocale muziek. Het is geschreven voor zestemmig dubbelkoor a capella.

Poulenc wordt wel eens de straatjongen in de muziek genoemd. Dat klopt als men de brutale en volkse thema's uit zijn muziek hoort, de springerige ritmes en de humoristische teksten. Tegelijk is er een andere Poulenc, ernstig en serieus. Het bijzondere is dat tussen deze twee uitersten altijd Poulenc valt te herkennen, in de harmonieën, de melodieën en de muzikale wendingen.

In het rijke stemmenmateriaal dat Poulenc in zijn Figure Humaine (2x6 stemmen) tot zijn beschikking had heeft hij harmonieën toegepast, die we ook tegenkomen in de close harmony zangstijl: spannende accoorden en verrassende wendingen. Daarmee heeft Figure Humaine een uitgesproken rijke, bijna symfonische klank. Diezelfde afwisseling zien we in de dynamiek, die loopt van ppp tot ƒƒƒƒ en in maat- en tempowisselingen. Dit alles maakt dat het een zeer moeilijk uit te voeren stuk is, waar alleen zeer geroutineerde koren zich aan kunnen wagen.

De acht delen zijn zeer afwissend opgezet, van het ingetogen no. 4 Toi, ma patiente en 6 Le jour m'étonne via het ruige no. 2 En chantant les servantes culminerend in het intens dramatische laatste deel 8 Liberté, welke tekst gedurende de oorlog in verzetskringen al een cultstatus had gekregen.

De teksten van Paul Eluard zijn niet gemakkelijk te doorgronden. Hij behoorde tot de surrealisten en was een van de grondleggers van de Dada-beweging. De surrealistische stijl is associatief, maakt gebruik van buiten-literaire inspiratie, van beelden en gebeurtenissen die de schrijver toevallig treffen. Een van Eluards uitspraken over de totstandkoming van zijn teksten was: "wat mijn hand vindt om te schrijven".

Poulencs muziek en Eluards teksten versterken elkaar. Niet voor niets schreef Eluard aan Poulenc: "Francis je ne m'écoutais pas, Francis je te dois de m'entendre" (Francis, ik luisterde niet naar mezelf, Francis, ik heb jou nodig om mezelf te horen). Ook de luisteraar zal ervaren dat het doorgronden van de teksten meer als vanzelf gaat met Poulencs muziek erbij.

Eluards bundel Poésie et vérité (1942), die de Duitse bezetting behandelt, bestempelt hem tot een van de belangrijkste verzetsdichters. Illegaal gedrukte delen van dit werk, aangevuld met later werk als Au Rendez-vous Allemand (1944) en Dignes de vivre (1944) werden gretig gelezen in verzetskringen en hielpen het moreel hoog te houden.

In 1944 ontving Poulenc een pakket met acht anonieme gedichten, waarin hij echter meteen de hand van zijn vriend Eluard herkende. Het betrof delen uit Poésie et vérité en Liberté uit 1944. Hij raakte geïnspireerd door de diepe emoties en rauwe onverzettelijkheid die uit de teksten spraken en nam zich voor ze op muziek te zetten. Hij koos bewust voor de beperking van de menselijke stem om zo de hoopvolle gedachte te illustreren dat de mens zijn vrijheid op eigen kracht kan bereiken. Op diverse plaatsen duikt het beeld van de sneeuw op, die hem als jongeman al zo inspireerde toen hij die Winterreise leerde kennen.

Reeds gedurende de oorlog werd het werk in Engeland uitgevoerd door de BBC Singers o.l.v. Leslie Woodgate en door radio uitgezonden.

1. De tous les printemps du monde

In vogelvlucht wordt de toon voor de gehele cantate gezet: de lelijkheid van de wereld, de hoop, de sneeuw als metafoor voor het doodse, het kille, maar daaronder komt het nieuwe gras al op. De saamhorigheid en de verwachting dat niets de ondergang van de monsters kan tegenhouden.

2. En chantant les servantes

Een hommage aan de moedige vrouwen. Hier horen we het wrange contrast tussen het aantrekkelijke van zingende meisjes en het barbaarse van de bebloede executieplaats, waarheen zij zich reppen om hem te reinigen. De melodie zou aangenaam zijn, als hij niet zo ostinato en gehaast was. Het zingen wordt geïllustreerd met lalalala fragmenten, die door het hele koor opduiken en de onrust versterken. Het sarcasme in deze combinatie blijkt uit de zin Un grand matin joyeux (een grootse, vrolijke ochtend). In het tweede couplet geen sarcasme meer, maar de ernstige werkelijkheid en in het derde couplet de verstilling die bij de gebeurde verschrikkingen past.

3. Aussi bas que le silence

De onbekende geëxecuteerde. Het loodgrijs van de uitzichtloze wereld, très calme et sombre. Opstijgende woede bij het beeld van de gif sproeiende macht die zijn fraaie vermomming heeft afgelegd.

4. Toi ma patiente

Uitsluitend de zes stemmen van koor 1 vertolken (très calme et doux) de verwachting en het geduld, de overtuiging dat de tijd onontkoombaar zal brengen: "Een bed van wraak, waarin ik geboren zal worden".

5. Riant du ciel et de planêtes

Een typisch Poulenc-stuk: staccato gezongen, als de houterige motoriek van marionetten, afwisselend tussen de beide koren (très vite et très violent). Beide koren concluderen gezamenlijk: les sages sont ridicules (de wijzen zijn belachelijk). Wij mogen uitmaken wie die wijzen zijn …

6. Le jour m'étonne et la nuit me fait peur

(MIDI-voorbeeld)

Opnieuw een stuk voor enkel koor, nu koor 2, met als aanwijzing "très doux et très calme". De ik-figuur kruist het onverstoorbare pad van een dier. Een pootafdruk, waarin het nieuwe leven zich aandient. Op een prachtige, gedragen melodie brengen de hoge stemmen de tekst en vullen de lagere stemmen geleidelijk aan. Alles is p tot pp, allen bij A les empreintes de la vie klinkt een gematigd ƒ.

7. La menace sous le ciel rouge

Dit prachtig opgebouwde deel is een voorbeeld van de verduidelijking die de tekst krijgt door de muziek. Poulenc begint dit deel met een klassieke fuga. Na deze introductie op de eerste drie regels van de tekst gaat het stuk homofoon "tres violent" verder. Bij "et pourtant sous le ciel rouge" vertraagt het tempo en wordt de stemming beschouwend. Vanaf "La terre utile effaça" stuwt de muziek langzaam op tot een stralend en krachtig "à les hommes indestructibles". De lange pauze tot het volgende deel is door de componist voorgeschreven.

8. Liberté

Na het vorige stuk kan er geen twijfel meer zijn: de onverwoestbare mens zoekt zijn vrijheid en zal ze vinden. Schoolschriften, lessenaars, de bomen, de meest onbenullige voorwerpen zijn goed om aan te geven dat vrijheid tegelijk vanzelfsprekend én een levensvoorwaarde is, zoiets als lucht om adem te halen. Alles ademt vrijheid.

Dit langste stuk uit de reeks is één lange (maar allerminst rechtlijnige) aanloop tot de oerkreet aan het einde. Poulenc speelt meesterlijk met modulaties en akkoorden, met de dynamiek en stemmingswisselingen als om aan te geven: het gaat niet vanzelf..


Francis Poulenc - Un soir de neige

Francis Poulenc schreef in de Tweede Wereldoorlog een aantal belangrijke koorwerken op tekst van de surrealistische dichter Paul Éluard. Het overwegend sombere Un soir de neige werd geschreven in 1944.

De gedichten vormen niet altijd een logisch betoog - in zeer beeldenrijke taal maakt de dichter vele gedachtensprongen. De sneeuw, de kou, de dode takken zijn begrijpelijk als metaforen voor de wanhoop en de ellende van de oorlog. Het verloren bos en de gebarsten spiegel verbeelden de vernietiging van de hoop: we hebben geen vuur.

Maar in het laatste deel wijkt de mineurtonaliteit voor een stralend majeur: er klinkt een gepassioneerde lofzang op de hoop. Over de kou wordt gesproken in de verleden tijd. De wanhoop is voorbij: moge het gras de hemel vinden.


Rudolf Escher - Le vrai visage de la paix

Rudolf Escher schreef een belangwekkend oeuvre, dat vooral bij kenners bekendheid geniet. Een aantal van zijn koorwerken behoort onbetwist tot het beste uit de Nederlandse koorliteratuur.

Escher heeft de oorlog van nabij meegemaakt. In mei 1940 verloor hij bij het bombardement op Rotterdam o.a. bijna al zijn composities.

Le vrai visage de la paix werd geschreven in 1953 op een tekst van Paul Éluard. Het werk, geschreven voor achtstemmig koor, is een extatische lofzang op een menselijk leven in vrede en gerechtigheid: de meest natuurlijke plaats waar de duif nestelt is het hoofd van de mens.

rje 20011015