Op 10 december 1908 werd Olivier
Messiaen te Avignon geboren uit literaire ouders: zijn vader was
Shakespearevertaler, zijn moeder de dichteres Cécile Sauvage.
In 1919 begon hij met diverse studies aan het Conservatoire National
te Parijs, onder andere piano, slagwerk en orgel, muziekgeschiedenis
en compositieleer. In 1931 werd hij benoemd tot organist aan de
Parijse Ste.-Trinité, waar hij al snel internationaal vermaard
werd vanwege zijn zondagochtenduitvoeringen en improvisaties.
In 1936 werd Messiaen leraar orgel en improvisatie aan de Schola Cantorum, waar hij met collega's de kamermuziekconcerten Spirale organiseerde. Later zou uit dit verband de groep Jeune France ontstaan, bestaande uit Yves Baudrier, Daniel Lesur, André Jolivet en Messiaen. Deze groep ageerde tegen de in hun ogen ontstane verdorring in de muziek, als gevolg van nieuwe zakeklijkheid en neoclassicisme. Messiaen greep dan ook al snel terug op het impressionisme en de hoog- en laatromantiek (bijvoorbeeld Moussorgsky, Debussy, maar ook Gounod en Fauré). Van enige neo-stijl kan echter geen sprake zijn, de taal van Messiaen is onmiskenbaar de zijne. De hoofdtrekken stonden rond midden jaren '30 vast en in zijn traktaat "Technique de mon langue musical" uit 1942 heeft hij deze theoretisch geformuleerd.
Messiaens vernieuwende betekenis lag vooral op het gebied van
muzikale tijdwaarden (ritmiek en aangehouden tijdwaarden) en uitbreiding
van het kleurengamma van de muziek (bijvoorbeeld gebruik van divers
slagwerk). Olivier Messiaen overleed in 1992.
Hoewel Messiaen een diep religieus mens was, heeft hij slechts
één werk gecomponeerd voor liturgisch gebruik: het
communiemotet O Sacrum Convivium. Messiaen heeft vele religieuze
werken gecomponeerd, maar op dit na nooit voor liturgisch gebruik.
Naar zijn mening kon hij noch als kunstenaar, noch als religieus
mens voldoende tot zijn recht komen door zijn (religieuze) werken
te beperken tot de liturgie.
De tekst van het motet is een antifoon voor Corpus Christi en verhaalt zodoende over de zegeningen van de communie, maar zeer beknopt. Messiaen heeft dit onderwerp veel langer belicht in het orkestwerk Les Offrandes Oubliées.
O Sacrum Convivium werd in 1937 gecomponeerd. De trage tempi en schuivende harmonieën onder de melodie van de sopranen roepen associaties met de eeuwigheid op. Hoewel elke stemgroep de tekst zingt, legt alleen de sopraan de verbinding met het hemelse; de overige groepen blijven vrijwel steeds in een laag register. Het werk is door Messiaen later gearrangeerd voor sopraan.
rje 20000615