Het Requiem is een onderdeel van de Katholieke eredienst, eigenlijk een Mis voor de Doden. Veel componisten zijn door dit thema geïnspireerd, en hebben het vaste stramien en de bijbehorende Latijnse teksten voorzien van muziek. De vorm van de mis is zo oud al het katholieke geloof zelf, en de teksten hebben zowel voor de gelovige als voor de ongelovige een hoog ritueel-gehalte. Niettemin zijn de componisten, die zich door de Requiem-mis hebben laten inspireren (Mozart, Verdi, Fauré, om de bekendste maar te noemen), erin geslaagd geniale muziek te produceren, met alles wat daarbij hoort aan lyriek, grootse dramatische uitbarstingen, verstilde schoonheid, en zelfs humor. Zoals met alle goede muziek valt er zoveel meer te waarderen als iets van de achtergrond opgehelderd is, en daarom volgt hier een uitleg van het Requiem in het algemeen, toegespitst op die van Mozart en Verdi.
Het Requiem wordt uitgevoerd door orkest, koor en vier zangsolisten (sopraan, alt, tenor en bas). Het Requiem van Verdi is zo'n 100 jaar jonger dan dat van Mozart, en het is goed te horen dat de muzikale ontwikkeling in die tijd niet heeft stilgestaan. Verdi beschikt over veel meer orkestrale middelen en effecten, en gebruikt die ook in zijn Requiem. Dat neemt niet weg dat ook Mozart's Requiem indrukwekkend en ontroerend is.
In de zomer van 1791 kreeg Mozart verontrustend bezoek. Een vreemdeling, die onbekend wilde blijven, wenste een Requiemmis te bestellen. Over de reden wilde hij niet meer loslaten, dan dat het een mis ter herinnering aan de echtgenote van een onbekende edelman zou moeten worden. Mozart nam de opdracht - en de vooruitbetaling! - aan, maar de merkwaardige omstandigheden bedrukten hem. Hij werd op dat moment al gekweld door de ziekte, die zijn dood zou worden, en de merkwaardige bezoeker kreeg in zijn beleving de trekken van de dood zelf.
Door noodzakelijke werkzaamheden aan zijn laatste opera La Clemenza di Tito, en de voorbereidingen van de opvoering van deze opera en die van die Zauberflöte, moest het Requiem-project al snel onderbroken worden. Toen hij er weer aan kon beginnen was hij al ernstig ziek.
Mozart heeft de eerste delen nog kunnen voltooien. Tot aan het Confutatis zijn schetsen bekend; het Domine Jesu en Hostias heeft hij ook nog geschreven. Bij het Lacrimosa moest hij het schrijven staken, hij was inmiddels te ziek geworden.
Het verhaal wil, dat op 4 december enkele vrienden aan zijn ziekbed verschenen, om, samen met Mozart zelf, voor te zingen wat hij had geschreven. Toen ze aan het Lacrimosa kwamen, werd Mozart door ontroering bevangen, en moest hij de muziek terzijde leggen.
Voor hij stierf kon Mozart nog aan zijn leerling Franz Xaver Süssmayr enkele aanwijzingen geven hoe de compositie te voltooien.
Op verzoek van Morarts echtgenote, Constanze, voltooide Süssmayr het Requiem. Het Sanctus, Benedictus, Agnus Dei en Communio zijn in meerdere of mindere mate van zijn hand. Onbekend is in hoeverre aan deze delen nog concrete aanwijzingen van Mozart zelf ten grondslag liggen. Musicologen hebben hun tanden stukgebeten op al dan niet vermeende inferieure onderdelen, "die Mozart zelf nooit zo zou hebben geschreven". Sommige onderdelen zijn eenvoudig herhalingen van originele Mozart-stukken, zoals in het Communio (Lux Eterna), waarin het complete Introitus en de Kyrie-fuga (iets gemodificeerd) worden herhaald.
De mysterieuze bezoeker bleek een rijke amateur-musicus te zijn: graaf Franz von Walsegg-Stuppach. Deze had de gewoonte anoniem stukken te bestellen, die dan eigenhandig over te schrijven en vervolgens te laten uitvoeren. Daarbij wekte hij graag de indruk zelf de componist te zijn, al hadden zijn gasten hem wel door.
rje010523