Pange Lingua - Zoltán Kodály

Pange Lingua is een van Kodály’s laatste composities. Het werd geschreven in 1966 voor de Amerikaanse Federatie van Organisten. Het stuk is een mooi voorbeeld van de vermenging van de polyfone technieken uit de renaissance en het gematigd 20e eeuwse harmonische idioom. Dat is vooral te horen in het voorspel van het orgel, een fugatische fantasie op enige thema’s van het koor.


Tekst

Pange lingua gloriosi corporis mysterium. Sanguinisque pretiosi, quem in mundi pretium. Fructus ventri generosi. Rex effudit gentium. Loof, mijn tong, het glorierijke Lichaam en het kostbaar Bloed de Koning aller volken, dat voor onze schuld voldoet, uitgegoten als de losprijs. Loof ‘t geheim dat leven doet.
Nobis datus, nobis natus ex intacta Virgine et in mundo conversatus sparso verbi semine. Sui moras, incolatus miro clausit ordine. Hij, die uit de Maagd geboren als een kind van ons geslacht, God-met-ons werd en als zaaier strooide ‘t woord met grote macht, deed het wonder aller wond’ ren toen zijn loopbaan was volbracht.
In supremae nocte coenae recumbens cum fratribus observata lege plene cibis in legalibus cibum turbae duodenae se dat suis manibus. Op de avond voor zijn lijden ligt Hij met zijn broeders aan en nadat met d’oude spijzen Mozes’ wetten is voldaan, reikt Hij hun de nieuwe schotel, biedt zichzelf als spijze aan.
Verbum caro panem verum Verbo carnem efficit.
Fitque sanguis Christi merum et si sensus deficit. Ad firmandum cor sincerum sola fides sufficit.
‘t Vleesgeworden Woord des Vaders spreekt een woord en brood wordt vlees. Christus Bloed bevat de beker; eet en drink, wees zonder vrees. Schenk uw zinnen geen vertrouwen, slechts geloof versterk’ uw geest.
Tantum ergo Sacramentum vene remur cernui et antiquum documentum novo cedat ritui. Praestet fides supplementum sensuum defectui. Eren wij dan diep gebogen dit zo heilig Sacrament. D’oude schaduw is vervlogen voor dit nieuwe testament. Wat de zinnen niet vermogen worde door ‘t geloof gekend.
Genitori genitoque laus et jubilatio Salus, honor, virtus quoque sit et benedictio. Procedenti ab utroque compersit laudatio. Amen Ere zij aan God, de Vader, en dat elke tong belijd’ dat zijn Zoon de macht aanvaard heeft en regeert in heerlijkheid; lof ook aan de Geest: hun liefde, hun gelijk in majesteit. Amen

rje 20006017