Arvo Pärt werd geboren in
1935 in Estland en groeide op in Tallin. Van 1958 tot 1967 werkte
hij als opname-regisseur en componist van film- en televisiemuziek
bij de Estlandse Radio. Tegelijkertijd studeerde hij compositie
aan het conservatorium van Tallin, bij Heino Eller.
Zijn vroege werken, gecomponeerd tijdens zijn muziekstudie, verraden de invloed van Russische componisten als Sjostakovitsj en Prokofjev.
Na zijn studie probeerde hij diverse compositietechnieken uit, zoals de seriële techniek (o.a. Nekrolog, 1960), en collagetechniek (o.a. Credo, 1968). Na enkele perioden van bezinning, waarin hij onder meer de oude muziek bestudeerde, schiep hij in 1976 een compositiestijl die de naam "tintinnabuli" (klokjes, belletjes) kreeg. De stijl is gebaseerd op een eenvoudig systeem dat een relatie legt tussen melodie (horizontaal) en harmonie (verticaal). In de polyfonie van de middeleeuwen en de vroege renaissance wordt de harmonie gevormd door het samenvloeien van de verschillende stemmen, zodanig dat harmonische analyse op zijn best secundair wordt. Iets dergelijks doet zich voor in de tintinnabuli muziek waar het harmonische raamwerk als het ware gekanteld wordt en zo de muzikale lijn vormt. De relatie tussen de verschillende melodische bewegingen vormt een harmonische resonantie die in essentie de drieklank en de golvende begeleiding van diatonische dissonanten is.
Arvo Pärt emigreerde in 1980 naar West-Europa en woont sindsdien in Berlijn.
rje 20000615