Francis Poulenc (1899 - 1963)

Francis Poulenc werd geboren op 7 januari 1899 in het hart van Parijs, bij de Place de la Madeleine. Zijn beide ouders hadden een belangrijke invloed op zijn spirituele, culturele en muzikale ontwikkeling. De Polencs stammen uit het bergachtige Aveyron (het gebied tussen Auvergne en de Middellandse zee).

Zijn vader Emil, directeur van het textielconcern Rhone-Poulenc, schonk hem het spirituele. Hij was devoot, maar niet dogmatisch; Francis' religieuze denkbeelden stammen van hem. Francis' moeder, Jenny Royer, bracht hem het wereldse, het mondaine bij. Haar familie was al generaties lang gevestigd in Parijs en sterk verweven met het culturele en sociale leven daar. Francis' oom van moederszijde Marcel Royer, Papoum genaamd, was een man van de wereld, die Francis meenam naar concerten, toneel, musea en galeries. Zijn moeder en Papoum waren vaak het middelpunt van partijen en ontvangsten in het appartement van de Poulencs aan de Place des Saussaies, waar ze aristocraten, zangers en acteurs ontvingen.

Van zijn moeder ontving de jonge Francis zijn levenslange belangstelling voor poezie en schilderkunst, en van literatuur, drama, ballet en film. Waar hij ook kwam, Poulenc zou altijd de gelegenheid aangrijpen om galeries en musea te bezoeken. Als product van twee zo verschillende achtergronden kan het niet anders of Poulenc moet iets van die uitersten in zijn karakter hebben. Dat was ook zo: er was een zachtaardige, devote Poulenc en een springerige bon-vivant, en beide zijn goed in zijn muziek terug te vinden.

De muziek werd de jonge Poulenc al vroeg bijgebracht; er bestaat een foto van hem op driejarige leeftijd, gekleed in een bonnet, staande naast een witgelakte piano. Zijn beide ouders waren muziekliefhebbers en -kenners, maar op dit gebied is de invloed van zijn moeder duidelijk dominant. Jenny was een verdienstelijk pianiste, die Schubert, Chopin en Scarlatti speelde; daarnaast hield ze ook van ongecompliceerde stukken als Grieg's Berceuse en Rubinstein's Romance. Poulenc had het later vaak over "l'adorable mauvaise musique", en het is niet vergezocht om aan te nemen dat zijn gave om simpele melodieën te verwerken in zijn stukken te maken moet hebben met de muziek die hij in zijn jeugd zo vaak hoorde.

Francis kreeg zijn eerste pianolessen op zesjarige leeftijd, en het duurde niet lang of hij speelde niet onverdienstelijk Chopin en Debussy. Toen hij vijftien was raakte hij geinteresseerd in Schönberg, die hij ook speelde. Zijn eerste diepe muzikale ervaring was in de winter van 1910-1911, toen de familie gedwongen was Parijs te ontvluchten wegens overstomingen. Ze streken neer in Fontainebleau, waar Francis bij een muziekhandelaar een uitgave van Schubert's Winterreise kocht. Achter de piano gezeten, met het uitzicht op het winterse landschap, nam hij de muziek door. Hij schreef:

Ik ging van de ene magische ervaring naar de andere ... Door deze merkwaardige samenloop van omstandigheden ontdekte ik, stadskind als ik was, plotseling de schoonheid van het land, van de winter en deze sublieme muzikale weergave ervan. Iets heel dieps was geraakt in mijn ziel.

Hoewel Schubert niet direkt in Poulenc's muziek aanwezig lijkt, zijn er toch overeenstemmingen te vinden; vooral in de liederen: de eenheid van piano en zangstem, en zijn liefde voor afwisselend majeur-mineur. Poulenc erkende meermalen dat hij zijn techniek perfectioneerde door Schubert te bestuderen en uit te voeren, samen met de zanger Pierre Bernac.

Een tweede compoist die Poulenc vooral in zijn jonge jaren bewonderde was Claude Debussy. In 1907 had hij diens "Danses sacrées et profanes" uit 1904 gehoord, en vijftig jaar later schreef hij: "Zonder twijfel heeft Debussy mij muzikaal wakkergeschud". Zijn eerste compositie, een aantal preludes (1916, nooit uitgegeven en later vernietigd) stonden onder Debussy's invloed. Poulenc heeft Debussy nooit ontmoet want Debussy was al aan het einde van zijn leven toen Poulenc zich begon te ontwikkelen. Rond de twintiger jaren raakte Debussy wat uit de mode. Muzikale smaakmakers als Cocteau en Satie vertolkten luidkeels hun afkeer voor deze "Musicien de France" en hun jonge volgelingen, waaronder Poulenc, volgden hen hierin. Later is Poulenc van deze dwaling teruggekomen en stelde in 1954: " Debussy is de componist die ik, na Mozart, het meest heb vereerd".

De eerste componist die Poulenc heeft beïnvloed is Emmanuel Chabrier. Hij maakte kennis met Chabriers muziek in 1914, toen hij een gramofoonopname hoorde van diens Idylle voor piano in een boutique bij de Madeleine. Hij beluisterde het stuk wel een keer of tien, en beschreef zijn ervaring aldus: "plotseling opende zich een harmonisch universum, en mijn muziek is die liefdeskus nooit meer kwijtgeraakt". Poulenc's levenslange waardering voor Chabrier mondde uit in een in 1949 verschenen biografie.

rje 20010422