
Ottorino Respighi (1879-1936) was in een aantal opzichten een on-Italiaanse componist, en in een aantal andere opzichten juist zeer Italiaans.
Hij is het meest bekend gebleven door zijn "Roma"
trilogie (Pini di Roma, Fontane di Roma en Feste Romane), symfonische
gedichten in laatromantische stijl, briljant georkestreerd. In
een periode dat Italië en opera bijna synoniemen waren mag
dat on-Italiaans genoemd worden.
Begonnen als instrumatalist (piano, viool, altviool) trok het
componeren Respighi meer en meer. In St. Petersburg, waar hij
1e altist was in het Operaorkest, kreeg hij compositielessen van
Rimski-Korsakov. Later ontving hij in Berlijn nog lessen van Max
Bruch. Deze invloeden hebben zijn compositiestijl wellicht dat
on-Italiaanse, meer noord-europese gegeven.
Terug in Rome werd hij docent en later directeur van de Academia
di Santa Cecilia, waar hij geïnteresseerd raakte in oude
muziek. Hoewel Italië een ontzagwekkend rijke traditie op
dit gebied heeft, was in die tijd de kennis van oude muziek beperkt,
en was het veelal raden naar de juiste manier, waarop deze werken
uitgevoerd moesten worden. Overigens interesseerde het antwoord
op die vraag slechts weinigen, en werd er uitgebreid bewerkt en
aangepast aan de geldende smaak.
Naast enkele vroege composities in "oude" stijl (een pianoconcert in Mixolydische stijl en een Concerto Gregoriano voor viool) maakte Respighi dan ook orkestbewerkingen van stukken voor luit en klavecimbel, waarvan sommige als de suites Antiche Danze ed Arie en Gli Uccelli ("De vogels") bekend werden. Dit teruggrijpen naar het (deels) eigen erfgoed is natuurlijk zeer Italiaans.
Een ander aspect van Italië in die periode was het fascisme en Mussolini. Al tijdens zijn leven is hardop de verdenking geuit dat er een verband moet bestaan tussen Ottorino Respighi en het Italiaanse fascisme van zijn dagen. Tegelijk lijkt de kwestie altijd wat onbeslist in de lucht te zijn blijven hangen.
Vreemd is dat niet. Het is bijna onmogelijk om de Pini di Roma van 1924 en vooral de megalomane Feste Romane van 1928 los te zien van tijd en context. Waarschijnlijk is `naïef' een beter woord. Wie Respighi's biografie leest, ontmoet een wat onwerkelijke, schuchtere man, intelligent en geïnteresseerd in wetenschap (hij discussieerde nog met Einstein over de relativiteitstheorie), wars van politiek maar hartelijk in zijn vriendschappen. Van de fascistische horden heeft hij een bijna aristocratische afkeer, maar alles wat Italië's grootheid dient, draagt hij een warm hart toe.
Hoe dan ook: het geval-Respighi kan niet losgezien worden van die vooroorlogse wereld, waarin de sympathieën en voorkeuren van mensen als Toscanini en Stravinsky, Malipiero en Respighi, op de meest wonderlijke manier door elkaar konden lopen. Er is daarom geen reden Respighi extra te mijden, en alle reden om eens naar zijn betere werk te luisteren: de latere liederen en operas of - vanavond - de zinderend mooie Lauda per la Natività del Signore
Dit stuk is geschreven voor drie solisten, koor en ensemble. De middeleeuwse tekst wordt wel toegeschreven aan Jacopone da Todi. Het is een vrije nadichting van het bekende kerstverhaal over de engel, de herders, de os en de ezel. De solisten sopraan, mezzo en tenor zijn respectievelijk de engel, Maria en een herder. De tenoren en bassen in het koor zijn de herders. Het ensemble bestaat uit zes blaasinstrumenten, omschreven als 'strumenti pastorali' (herdersinstrumenten). Het zijn twee fluiten, een hobo, althobo en twee fagotten. Daarbij komt nog een piano, vierhandig bespeeld en een kleine triangelpartij.
De stijl van de muziek is overwegend neo-barok en neo-renaissance: het wiegende 9/8 ritme waar het stuk mee begint en eindigt is een siciliano, een Siciliaanse herdersdans, in de barok al gebruikt om pastorale scènes mee te typeren. Sommige koorgedeelten doen sterk denken aan de 16e eeuwse madrigaal-stijl, terwijl het gedeelte Contenti n'andremo gebaseerd lijkt op een originele renaissancedans.
Zo heeft Respighi met eenvoudige middelen een zeer afwisselend geheel gecreëerd, dat ontroert door charme en eenvoud.
Naar de tekst